Tien ideeën
Spelletjes voor ouderen: tien ideeën voor binnen en online
Een goed spelletje voor ouderen is niet kinderachtig, niet te snel en niet te ingewikkeld. Het geeft een praatje, een lach en iets om naar uit te kijken. Hier zijn tien ideeën die in huiskamers, buurthuizen en op tablets keer op keer werken, met wat je nodig hebt en een tip per spel.
1. Kruiswoordpuzzels en woordzoekers
Nodig: een puzzelboekje of de krant, een pen. Met hoeveel: alleen of met twee.
De klassieker voor de ochtend. Wie het samen doet, leest de omschrijving hardop voor, en de ander denkt mee. Er bestaan puzzelboekjes met extra grote letters, fijn als de ogen wat minder worden.
Tip: laat een moeilijk woord gewoon openstaan en kom er ’s middags op terug. Vaak schiet het je dan te binnen.
2. Sjoelen
Nodig: een sjoelbak. Met hoeveel: twee tot acht.
Typisch Nederlands, en altijd gezellig. Je zit of staat aan tafel, je hoeft niet hard te lopen, en iedereen kan het. Het tellen van de punten is meteen een rekensommetje.
Tip: laat steeds een ander de punten bijhouden. Dan is iedereen een keer de baas.
3. Kaarten: klaverjassen, wiezen of rummikub
Nodig: een spel kaarten of een doos rummikub. Met hoeveel: twee tot vier.
In Nederland wordt er vooral geklaverjast, in Vlaanderen eerder gewiesd. Wie de regels nog kent, speelt ze blind. Wie ze kwijt is, leert ze in een middag terug. Rummikub is een prima alternatief voor wie liever met cijfers dan met kaarten speelt.
Tip: speel een vast potje op een vaste dag. Het ritme is minstens zo belangrijk als het spel.
4. Warm en koud
Nodig: iets kleins om te verstoppen. Met hoeveel: vanaf twee, en kleinkinderen mogen meedoen.
Het zoekspel van vroeger werkt ook met tachtigjarigen. Iemand verstopt een bril of een sleutelbos in de kamer, de ander zoekt, en de rest roept “koud”, “lauw”, “warm” of “heet”. Het roept herinneringen op, en wie slecht ter been is, mag gewoon vanuit zijn stoel aanwijzen.
Tip: verstop het op ooghoogte, zodat niemand hoeft te bukken.
5. Warm en koud met woorden
Nodig: niets, of een telefoon of tablet. Met hoeveel: alleen of met zovelen als je wilt.
In de woordversie verstop je geen voorwerp, maar een woord. Iemand bedenkt een woord, de anderen noemen woorden, en de bedenker zegt hoe warm het is: hoe dicht het in betekenis bij zijn woord ligt.
Neem postzegel als geheim woord, een ding dat bij veel oudere mensen nog in een album zit (de graden zijn een voorbeeld):
- zwembad4 °Cijskoud: niets mee te maken
- papier36 °Clauw: het is gemaakt van papier
- verzamelen55 °Cwarm: een hobby van vroeger
- brief78 °Cheet: waar hij op komt
- envelop88 °Cgloeiend heet: rechtsboven in de hoek
- postzegelGevonden!
Wie dit liever alleen speelt, kan elke dag een geheim woord raden bij Warmer Warmer. Je typt een woord, en het spel zegt van IJskoud tot Gloeiend heet hoe dichtbij je bent. Er is geen klok, het is gratis, in de browser, zonder app en zonder account.
6. Kwartet met foto’s van vroeger
Nodig: oude foto’s, karton, een schaar en lijm. Met hoeveel: drie tot zes.
Zelf maken is de helft van het plezier. Je maakt sets van vier: vier foto’s van dezelfde straat, vier van een bruiloft, vier van de vakanties aan zee. Het spelen zelf is kwartet zoals iedereen het kent, maar bij elke kaart komt een verhaal los.
Tip: schrijf op de achterkant van elke kaart het jaartal en de plek. Dat helpt bij het vragen.
7. Een quiz over vroeger
Nodig: een lijstje vragen. Met hoeveel: vier of meer.
Wat kostte een brood in jullie jeugd? Hoe heette de melkboer? Welk liedje draaide altijd op de radio? Een quiz over vroeger heeft geen goede of foute antwoorden nodig om leuk te zijn. Het gaat om de verhalen die erbij komen.
Tip: laat de deelnemers zelf ook vragen bedenken. Dan wordt het een gesprek in plaats van een overhoring.
8. Galgje
Nodig: pen en papier. Met hoeveel: twee of meer.
Iemand bedenkt een woord en zet streepjes op papier, de anderen raden letters. Een spel dat iedereen kent, dat je overal kunt spelen, en dat kleinkinderen ook graag doen.
Tip: kies woorden uit het dagelijks leven van vroeger: wasbord, kolenkit, melkbus. Dat geeft meteen gespreksstof.
9. Puzzels met grote stukken
Nodig: een puzzel van honderd tot driehonderd stukken. Met hoeveel: alleen of samen.
Een legpuzzel met grote stukken is rustig, overzichtelijk en geeft voldoening. Leg hem op een tafel waar hij een paar dagen mag blijven liggen, dan schuift iedereen die langskomt even aan.
Tip: begin met de randen en sorteer de stukken op kleur in schoteltjes.
10. Een woordspel op de tablet
Nodig: een tablet, telefoon of computer met internet. Met hoeveel: alleen, en daarna vergelijken.
Een dagelijks woordspel geeft elke dag een vast moment, en iets om over te praten met wie hetzelfde woord zoekt. Bij Warmer Warmer is het woord voor iedereen hetzelfde, ook voor familie of vrienden ver weg. Ieder raadt op eigen houtje, en aan de telefoon vergelijk je het aantal pogingen.
Zo zet je het spel op het beginscherm van een iPad of iPhone, zodat opa of oma het met één tik opent: open de website in Safari, tik op de deelknop (het vierkantje met het pijltje omhoog) en kies “Zet op beginscherm”. Op een Android-tablet open je de website in Chrome, tik je op het menu met de drie puntjes en kies je de optie om de pagina aan het startscherm toe te voegen.
Wat al die spelletjes gemeen hebben
Ze zijn niet nieuw, ze zijn niet snel, en ze hoeven niet gewonnen te worden. Het gaat om het samen zitten, om de verhalen, om een vast moment op de dag. Wie dagelijks iets met woorden doet, houdt zijn hoofd lekker bezig. Meer daarover lees je in Geheugentraining voor ouderen. Voor activiteitenbegeleiders is er een kant-en-klaar draaiboek: Een woordactiviteit voor ouderen. En hoe het oude zoekspel precies gaat, staat in het stuk over het warm en koud spel.
Meer om te lezen
-
Spelregels
Het warm en koud spel: zo speel je het, ook met woorden
-
Zonder voorzeggen
Hulp nodig bij Wordle? Zo kom je zelf verder
-
Woordenlijst
Koud, lauw, warm, heet: een woordenlijst van het zoekspel
-
Spelwijzer
Hoe heet het spel waarbij je woorden moet raden?
- Spellen zoals Contexto Op zoek naar een Nederlandse versie van Contexto?